Skip to main content

Regels voor Namen in Dart

Bij het kiezen van namen voor variabelen, functies en klassen in Dart, zijn er een aantal regels en best practices die je moet volgen:

  1. Bestaan uit: Namen mogen bestaan uit letters, cijfers en underscores (_).
    var naam1;
    var _privateVariable;
  2. Niet beginnen met een cijfer: Namen mogen niet beginnen met een cijfer.
    // Correct var naam;
    // Fout var 1naam;
    // Dit veroorzaakt een fout
  3. Geen limiet aan lengte: Er is geen limiet aan de lengte van een naam, maar het is een goede gewoonte om namen zo kort en duidelijk mogelijk te houden.
  4. Hoofdlettergevoeligheid: Dart is hoofdlettergevoelig. Dit betekent dat ‘naam’ en ‘Naam’ als twee verschillende identifiers worden beschouwd. var naam = 'Jan';
    var Naam = 'Piet'; // Dit zijn twee verschillende variabelen
  5. CamelCase bij functies en variabelen: Gebruik camelCase (eerste letter klein, volgende woorden beginnen met hoofdletter) voor de namen van functies en variabelen.
    var mijnVariabele;
    void mijnFunctie() { // Functiecode }
  6. PascalCase bij klassen: Gebruik PascalCase (elk woord begint met een hoofdletter) voor de namen van klassen.
    class MijnKlasse { // Klassecode }
  7. Speciale betekenis met hoofdletters: Woorden met speciale betekenis, zoals constanten, worden vaak volledig in hoofdletters geschreven.
    dart const PI = 3.14159;

Door deze regels te volgen, kun je ervoor zorgen dat je Dart-code consistent en leesbaar is. Dit helpt niet alleen jezelf, maar ook anderen die je code mogelijk moeten lezen of onderhouden.

Constanten & keywords

In Dart zijn er enkele woorden en concepten die een speciale betekenis hebben en vaak met hoofdletters worden geschreven, vooral constanten en sleutelwoorden. Hier is een lijst met enkele van deze woorden en concepten:

  1. Constanten:
    • PI: Een veelgebruikte constante voor de wiskundige waarde van pi.E: De basis van de natuurlijke logaritme.MAX_VALUE: Een constante die vaak de maximale waarde van een gegeven type vertegenwoordigt.MIN_VALUE: Een constante die vaak de minimale waarde van een gegeven type vertegenwoordigt.
    Voorbeeld:
    const double PI = 3.14159;
    const double E = 2.71828;
    const int MAX_VALUE = 2147483647;
    const int MIN_VALUE = -2147483648;
  2. Sleutelwoorden (keywords): Sleutelwoorden in Dart worden niet met hoofdletters geschreven, maar het is belangrijk om te weten dat ze een speciale betekenis hebben en niet als identificatoren kunnen worden gebruikt. Enkele voorbeelden zijn:
    • abstract
    • else
    • import
    • super
    • as
    • enum
    • in
    • switch
    • assert
    • export
    • interface
    • sync
    • async
    • extends
    • is
    • this
    • await
    • extension
    • late
    • throw
    • break
    • external
    • library
    • true
    • case
    • factory
    • mixin
    • try
    • catch
    • false
    • new
    • typedef
    • class
    • final
    • null
    • var
    • const
    • finally
    • on
    • void
    • continue
    • for
    • operator
    • while
    • covariant
    • Function
    • part
    • with
    • default
    • get
    • required
    • yield
    • deferred
    • hide
    • rethrow
    • do
    • if
    • return
    • dynamic
    • implements
    • set

Voorbeeld:

// Correct gebruik van sleutelwoorden
void main() {
  final int leeftijd = 25;
  if (leeftijd > 18) {
    print('Volwassen');
  }
}

// Incorrect gebruik van sleutelwoorden als identificator (dit veroorzaakt een fout)
// int final = 10; // Fout

Door constanten en sleutelwoorden correct te gebruiken, zorg je ervoor dat je Dart-code duidelijk en functioneel blijft.